
“We hadden minder, maar eigenlijk zoveel meer”
Een gesprek met een kranige 94-jarige eilandbewoonster, Synnøve
Het is een gure namiddag op ons eiland. De wind giert om het houten huisje, maar binnen is het behagelijk warm. Op de tafel staat een schaal met versgebakken appelcake en een pot dampende koffie, zwart. Hier woont ze, al meer dan negentig jaar. Vlak naast de boerderij waar ze zelf opgroeide. Nog steeds zelfstandig wonend, zonder hulp, nog steeds super vitaal. Ik mag haar vragen stellen over het geheim van een gezond, lang en gelukkig leven. En dat vind ik natuurlijk geweldig!
Vraag : Je bent 94 jaar en nog zo levendig en krachtig. Je kan je voorstellen dat ik nieuwsgierig ben naar jouw geheim!
Ze glimlacht en strijkt een grijze haarlok uit haar gezicht.
“Ach kind (zegt ze tegen mij terwijl ik al 56 ben 😅), er is helemaal geen geheim. Wij leefden gewoon met de natuur. Buiten zijn, hard werken, eten wat het land en de zee gaven. Geen fabriekseten, geen plastic, geen gif. Dat bestond allemaal niet. Alles was puur. Het water kwam rechtstreeks uit de bron en de lucht en de zee waren zuiver. Dat maakt verschil, hoor.”
Vraag : Hoe was je jeugd hier op het eiland?
Ze kijkt even naar buiten, waar de zee nu schuimkoppen draagt.
“Druk,” lacht ze. “Mijn ouders hadden zestien kinderen, ik was nummer drie. Dertien van ons haalden de volwassen leeftijd. Iedereen hielp mee: de jongens bij vader, die visser was, en de meisjes bij moeder op de boerderij. Ik leerde al jong koeien melken, eten maken, water halen, hout stapelen. Maar er was ook veel gezelligheid. ’s Avonds zaten we rond de tafel bij kaarslicht of bij de olielamp, met breiwerk, een spelletje of een verhaal. Elektriciteit kwam pas toen ik 37 was! Ons leven was eenvoudiger, rustiger en ook wel meer gestructureerd. Meer op het ritme van de seizoenen.”
Vraag : Dus jouw ouders hebben 3 kinderen verloren? Heftig!
Ja, mijn zusjes van 5 en 7 zijn bijna tegelijk gestorven aan difterie en mijn broertje van 3 aan iets anders, ik weet niet juist wat. Dat was natuurlijk spijtig. We waren er ook best verdrietig om en ze werden zéker gemist. Maar toch bleven we daar in die tijd niet zo lang in hangen. Het leven ging door en ik heb het gevoel dat we de dood veel maar als een deel van het leven zagen.
Vraag : Je zei daarnet "zonder elektriciteit". Dus ook geen koelkast, diepvries, wasmachine, koffiezet, oven, … hoe deden jullie dat?
“We moesten vindingrijk zijn. Groenten werden ingemaakt in glazen potten, vis werd gedroogd, gerookt of gefermenteerd. Melk werd yoghurt, zure room, boter en kaas. Vlees werd gezouten. In de winter leefden we van die voorraad, in de zomer aten we vers uit de tuin. Er ging niets verloren. Alles werd benut. De diepvries bestond niet, dus je leerde vooruit denken.We hadden ook een ijskelder onder de grond, waar het in de winter niet vroor en waar het in de zomer niet te warm werd. Daar bewaarden we kolen en wortelen in zand, en aardappelen. En koken en bakken, ja, dat deden we op een houtvuur. In de zomer was dat een beetje vervelend, want dan moest je die kachel opstoken als het al zo warm was in huis!"

Vraag : Hoe was het gesteld met het land en de natuur in die tijd?
Ze legt haar hand even op de houten tafel, alsof ze de aarde zelf aanraakt.
“Ons land was rijk en vruchtbaar, vooral ook omdat we het niet uitputten. Geen chemische bemesting, geen sproeimiddelen. We gebruikten mest van de dieren. En ook zeewier en algen – tang en tare – voor de moestuin en voor onze dieren. We droogden en vermaalden dat zeewier en die algen ook, voor eigen gebruik. Mijn dochter zei onlangs dat daar heel waardevolle stoffen inzitten. Maar dat wisten we toen natuurlijk niet. We deden dat gewoon omdat onze ouders en grootouders dat ook deden. Alles ging in een kringloop. En de zee gaf ons zoveel: vis, krabben, mosselen ... We kookten levertraan van walvis, en geloof me, dat hield ons sterk in de winter.”
Vraag : Hoe waren de winters, zo vlak onder de poolcirkel?
Haar ogen lichten op, maar er trekt ook iets strengs doorheen.
“Donker. Lang. Mijn man trok vaak maanden naar de Lofoten om te vissen. Dan stond ik hier alleen met de kinderen, het vee en de sneeuw. Het hout moest gehakt, de dieren gevoerd, de was gedaan, met de hand! Toch dacht ik nooit: hoe red ik dit? Je had gewoon geen keuze. En de lente… ja, als de zon terugkwam, dan was het groot feest! Dat gevoel vergeet je nooit.”
Vraag : Hoe deden jullie dat met groenten en fruit?
Ze lacht zacht en schudt haar hoofd.
“Appelsienen, bananen, ananas kenden we niet. Dat hadden ze zelfs niet in de winkel! Komkommers en courgettes zag ik pas de eerste keer toen ik de vijftig al gepasserd was. Maar we misten niets. We hadden onze eigen rijkdom en vitamientjes. Mijn dochter vertelde me dat er in onze ouderwetse kålrot (een soort dikke knol die hier massaal en makkelijk groeit) heel veel vitamine C zit. Daarom waarschijnlijk ook dat we dat in gefermenteerde vorm meegaven als onze mannen naar de Lofoten trokken om te vissen. Dat was goed tegen scheurbuik. In de zomer trokken we met het hele gezin de natuur in om te plukken: bosbessen, frambozen, molte (veenbessen), vossebessen, bosaardbeien, cranberries, aalbessen, en ook paddenstoelen. Dat was gezellig hoor, die plukdagen! Met de boot voeren we het fjord in, de picknick mee. Iedereen had een mand, en thuis werd er ingemaakt, gedroogd of gekookt. We leefden met wat het seizoen ons gaf – en we waren op en top gezond.”
Vraag : Het huishouden moet een hele klus geweest zijn…
“Zeker. Alles ging met de hand. De was met water uit de beek, schrobben op een plank. Stoffen weefden we zelf van wol van onze schapen. Die wol werd gesponnen, gekleurd met planten van hier, en geweven of gebreid. Zelfs vilten deden we. Onze kleding, dekens, alles kwam van eigen hand. En dat was gezellig hoor, zo samen handwerken!! Voor medicijnen gebruikten we kruiden: moeder wist precies welke planten helend waren. Dat was onze apotheek.”
Vraag : Ik heb gehoord dat jouw ouders ook heel oud werden?
Ze glimlacht trots.
“Mijn moeder werd 93 en vader zelfs 101. Ze leefden nog eenvoudiger dan ik. Zonder haast, zonder gifstoffen. Hun kracht zat in de natuur en in de gemeenschap. Je werkte hard, maar je deed het samen. En ook als er stress was omdat het te nat was om de aardappelen te oogsten, of omdat er stormschade was, dan werd dat door onze hechte gemeenschap gedragen. Dat gaf ongelofelijk veel voldoening, weet je.”
Vraag : Hoe was de zee vroeger, vergeleken met nu?
Ze kijkt me doordringend aan.
“De zee was zuiver. Vissen waren er volop. Veel meer als nu! Alles voelde zo ... proper. Nu is er meer vervuiling, en ook meer haast en spoed in de wereld. Neem nu die fishfarms die ze overal neerzetten om zalm te kweken : daar ben ik helemaal niet blij mee! En kijk eens op het strand! Zoveel aangespoelde plastiek. Vreselijk ...
Weet je, ik denk vaak: we hadden vroeger minder spullen, maar eigenlijk zoveel meer rijkdom.”
Vraag : Wat gaf je de kracht om dit leven vol te houden?
Ze legt haar handen gevouwen op tafel.
“De natuur gaf kracht. Je leefde in het ritme van de seizoenen. En eigenlijk dachten we daar gewoon niet over na. We deden wat gedaan moest worden. Je vond vreugde in kleine dingen: de terugkeer van de zon en de trekvogels, pasgeboren lammetjes, de geur van vers brood. En in de gemeenschap: buren die elkaar hielpen, kinderen die lachten. Dat hield je op de been.”
Vraag : Welke raad wil je aan jongere generaties geven?
Ze denkt even na, en haar stem klinkt warm en vastberaden.
“Hou het eenvoudig. Eet puur en natuurlijk voedsel, beweeg je lichaam, ga naar buiten, weer of geen weer! Werk met je handen, dat maakt je sterk en blij. Waardeer de kleine dingen: een lach, een zonnestraal, een kom soep die je zelf hebt gemaakt. Wees dankbaar. Dat is wat een mens gezond houdt. Tot op hoge leeftijd. Want ik merk bij mijn kinderen, maar vooral bij mijn kleinkinderen : ze hebben zoveel luxe en comfort. En toch lijkt het alsof ze minder tijd hebben dan wij vroeger. Dat ze minder tevreden zijn. En dat vind ik zo jammer ...”
Ik word er stil van ...
Even later neem ik afscheid. Wat een fijn gesprek, wat een prachtige dame! Ik loop het huisje uit, de gure wind weer in. Haar woorden gonzen nog na. Hier, op ons piepkleind eilandje vlak onder de poolcirkel, leeft een vrouw die met haar eenvoud en kracht eigenlijk alle geheimen van een lang en gezond leven in zich draagt. Geen hypes, geen ingewikkelde theorieën, geen dure lifehacks. Gewoon eenvoudig leven in verbondenheid met de natuur.
Misschien is dat wel het mooiste vitaliteitsgeheim van allemaal! En ja, hoe langer hoe meer probeer ik dat leven ook na te streven. Ik denk dat ik nog veel hulp nodig zal hebben van Synnøve ...
Voel je een klik met mij en en met wat ik vertel? Wil je graag méér ontdekken?
🌻 Wees welkom in mijn Gratis Gesloten Facebook Groep "Dé Online Sisterhood voor Vitale 40+ Vrouwen"
🌻 Klik hier voor jouw Gratis VitaliteitsWijzer en ontdek wat je nodig hebt om energieker, gezonder en gelukkiger te worden!
🌻 Of contacteer mij : KLIK HIER!
wat een heerlijk interview! Ik wil haar heel graag volgende keer dat ik langskom ontmoeten!
Dank je wel!